Lach eens 

Niet vaak in mijn leven heb ik me gediscrimineerd gevoeld. Als het wel voorkomt dan is het omdat ik geen man ben. En gaat het niet om uitgesproken seksisme dat niet te missen is, maar om het soort waar altijd wel een smoesje voor te bedenken is. Een bijkomend probleem is dat het zelden gebeurt dat ik in zo’n situatie met de scherpste en de meest effectieve reactie op de proppen kan komen. Net als in een ruzie bedenk ik dan achteraf wat de beste oneliner was geweest die iedereen steil achterover had doen slaan. Niet alleen zie ik dan voor me hoe mijn gezicht erbij staat, koeltjes, maar weet ik op de een of andere manier ook precies welke reactie het teweeg had gebracht. En zo is het parallelle universum van de scherpe opmerking geschapen. 

Zo zat ik vorige week voor het laatst gefrustreerd en tevergeefs te broeden op zo’n opmerking. Starend naar vier zwevende hoofdjes en een zwart schermpje vanwege een kapotte webcam, werkte ik met mijn medestudenten online aan een project. Ons groepje bestaat, op mij na, uit jongens, mannen, heren, knullen. Niet heel verrassend misschien met de NAVO als onderwerp. Ik had ook het onderwerp vrouwenrechten en de VN kunnen kiezen, dan had ik in een groepje met alleen maar vrouwen, dames, meiden gehad. Dat had ik niet gedaan en nu zat ik met vier jongens in een Zoommeeting al een uur te praten over wat er nou precies mis is gegaan in Libië aan de hand van mind maps en probleembomen.  

Tot dusver nog geen vuiltje, of iets wat daar op lijkt, aan de lucht. Maar dan krijg ik halverwege de meeting een privéberichtje van één van mijn medestudenten. Waarom ik niet lach is de vraag en het verzoek of ik dat wil doen: “Lach eens.” Op het moment zelf lachte ik vrolijk terug op zijn ‘grapje’. Ik zei iets over een ‘denkhoofd’ en stond er verder niet bij stil. Het was pas toen ik mijn laptop dicht sloeg omdat we Libië even lieten voor wat het was, dat ik me bedacht dat niemand in die meeting aan het lachen was als er geen grapjes werden gemaakt. Niet alleen ik. De rest zat toch ook niet constant schaterlachend of stom grijzend voor hun laptop? Maar het verzoek was toch echt of ik even niet te serieus wilde kijken als enige vrouw op zijn scherm. Of ik gewoon leuk wilde blijven lachen. Dat is toch fijner om naar te kijken. En dát is belangrijker.

Terwijl ik met een dichte laptop voor mijn neus langzaam boos begon te worden schoten er allerlei betere reacties door mijn hoofd die ik graag had gezegd. Niet om mezelf dan beter te laten voelen, maar omdat ik hem in twijfel wilde laten trekken waarom hij het normaal vond dat ik moest lachen en om dat van mij te vragen. In het parallelle universum van de scherpe opmerking had een simpele ‘Waarom?’ misschien al voldaan. Of misschien een iets fellere ‘Hoezo?!’ of de wedervraag of hij dit ook aan de rest had gevraagd. Dan hadden we misschien een goed gesprek gehad over vooroordelen en seksisme. Of hij had me niet begrepen en was ik alleen maar nog minder leuk gaan kijken. De beste optie was dan misschien toch: ‘Houd even je mond, ik ben met serieuze dingen bezig.’ 

Maureen Blankestijn (BA Politicologie) // Geboren in het AMC, getogen in Amsterdam-Oost

Foto header: © Christin Hume via Unsplash

Leave a Reply

Welkom!

De Jonge Amsterdammer is hét platform voor Amsterdammers! Je favoriete podcasts, blogs en columns over actuele thema’s in Amsterdam!

Diversiteit is het sleutelwoord van De Jonge Amsterdammer. Alle meningen tellen op dit platform en in onze podcasts!
Ook jij kan je laten horen. Heb jij altijd al een blog/column willen schrijven. Neem dan contact met ons op!